H.W. Mesdag

Hendrik Willem Mesdag, 1831-1915

Hendrik Willem Mesdag werd op 23 februari 1831 te Groningen geboren als vierde kind uit het huwelijk van Klaas Mesdag en Johnanna Wilhelmina van Giffen. Hendrik Willem was al in zijn jonge jaren geïnteresseerd in kunst, zijn vader was amateurschilder en kunstverzamelaar en zorgde ervoor dat zijn zoons behalve onderwijs ook tekenonderricht kregen.

Na zijn schoolopleiding werkte Mesdag 16 jaar lang in zijn vaders bedrijf. Hij bleef echter altijd tekenen en schilderen, aangemoedigd door zijn vrouw, Sientje van Houten, met wie hij in 1856 in het huwelijk trad. Toen haar vader in 1864 overleed en een aanzienlijke erfenis naliet, kon Mesdag zich uit de firma terugtrekken en zich geheel aan de schilderkunst wijden.Lees meer

Start als schilder

Hij verhuisde naar Brussel waar hij drie jaar lang bij de schilder Willem Roelofs in de leer was. In 1868 bracht hij met zijn broer Taco een bezoek aan het Duitse waddeneiland Norderney en raakte gefascineerd door de zee, zozeer zelfs dat hij het jaar daarop naar Den Haag verhuisde waar hij elke dag zee en strand kon gadeslaan en vastleggen. In 1870 stuurde hij twee schilderijen in voor de Parijse Salon en won, als volslagen onbekende, met zijn “Les Brisants de la Mer du Nord” een medaille. Dit betekende Mesdags grote doorbraak en met zijn al vroeg ontwikkelde handelsgeest wist hij in de volgende jaren in binnen- en buitenland zijn naam te vestigen. Zijn faam als zeeschilder leverde hem in 1880 de opdracht op van een Belgische firma om een panorama te schilderen. Na het faillissement van de Belgische firma kocht hij in 1886 zijn Panorama, dat hij als één van zijn belangrijkste werken beschouwde. Hij nam de financieel onaantrekkelijke exploitatie zelf ter hand en droeg tot aan zijn dood jaarlijks uit eigen zak bij om de verliezen te dekken. Hij liet ingrijpende verbouwingen uitvoeren, waarbij onder meer de huidige zalen werden aangebouwd voor het tentoonstellen van werken die zijn faam als zeeschilder recht deden.

Cultureel ondernemer in Den Haag

Mesdag was inmiddels een zeer geziene figuur in het Haagse kunstleven. Sinds zijn komst naar Den Haag was hij lid van Pulchri Studio, waarvan hij van 1889 tot 1907 voorzitter was en vervolgens erevoorzitter. Hij nam rond 1900 het initiatief tot de verhuizing van het genootschap naar het pand aan het Lange Voorhout en financierde met zijn vrouw een deel van de verbouwing. In 1876 was hij één van de oprichters van de Hollandsche Teekenmaatschappij, waarvan hij voorzitter was tot 1885. Met Sientje had Mesdag een huis laten bouwen aan de Laan van Meerdervoort, waarin ook hun verzameling eigentijdse Franse en Nederlandse kunst gehuisvest was. Huis en verzameling, tegenwoordig De Mesdag Collectie, schonk hij in 1903 aan de Nederlandse Staat.

Het panorama

Om de toekomst van Panorama Mesdag veilig te stellen, richtte Mesdag in 1910, na de dood van zijn vrouw in 1909, een familievennootschap op. De 33 neven en nichten van hem en zijn vrouw kregen allen een aandeel in deze vennootschap en aanvaardden daarmee gezamenlijk de zware taak zorg te dragen voor de exploitatie en instandhouding van Panorama Mesdag. Hun nazaten doen dat nog steeds, tot op de dag van vandaag. Zo is Panorama Mesdag, dat al ruim 120 jaar de bezoeker een magische ervaring van ruimte biedt in de tijd van weleer, een uniek cultuurhistorisch erfgoed, in stand gehouden door particulier initiatief.

Hendrik Willem Mesdag overleed op 10 juli 1915 na een langdurig ziekbed.

Inkomende schepen

H.W. Mesdag

 

S. Mesdag-van Houten

Sina (Sientje) Mesdag-van Houten: Vrouw van de Haagse school

Zonder mijn man was ik nooit schilderes geworden, en zonder mij was hij
waarschijnlijk geen schilder geworden.” in: Wereldkroniek, 21 april 1906.

Sientje Mesdag-van Houten (1834-1909) is meer dan de vrouw achter de bekende Nederlandse zeeschilder Hendrik Willem Mesdag (1831-1915). Zij schilderde landschappen, bloemen- en vruchtenstillevens in een impressionistische stijl en ontwikkelde zich tot één van de belangrijkste vrouwelijke schilders van de Haagse School. Denken wij aan de Haagse School dan schieten al snel de namen van mannelijke schilders als Mesdag, Roelofs en Israëls in gedachten, maar juist Sientje bevond zich als vrouw in dit mannengezelschap in een unieke positie.Lees meer

Groningse huwelijkspartner
Sientje_Mesdag

Sientje van Houten werd op 23 december 1834 in Groningen geboren. Als oudste dochter van de doopsgezinde ouders Derk van Houten (1810-1864) en Barbara Elisabeth Meihuizen (1809-1856) groeide zij op in een gezin met zeven kinderen. Sientjes vader Derk was houthandelaar en onder andere politiek actief als lid van de gemeenteraad van Groningen en lid van de Provinciale Staten. Eén van haar broers is de latere minister Samuel van Houten (1837-1930), die bekend werd door zijn Kinderwetje uit 1874. Het Kinderwetje was de eerste sociale wet van ons land, waarin bepaalde vormen van kinderarbeid werden verboden.

Derk en Barbara hadden de toekomst van hun kinderen uitgestippeld, Samuel zou gaan studeren en de dochters zouden na hun schooltijd een geschikte huwelijkspartner moeten zoeken. Welke school Sientje heeft bezocht is onduidelijk, maar na haar schooltijd vond zij inderdaad haar huwelijkspartner in de eveneens doopsgezinde Hendrik Willem Mesdag met wie zij zich in 1854 verloofde. In 1856 traden zij in het huwelijk.
Sientje kwam uit een vooraanstaand milieu en haar vaders politieke interesse was niet alleen van invloed op de loopbaan van Samuel, ook Sientje ontwikkelde zich als een zelfstandige vrouw. De familie Van Houten had een brede culturele belangstelling, zoals gewoon was voor vooraanstaande families in die tijd. Dankzij haar vader maakte zij kennis met de schilderkunst. Derk bezocht de tentoonstellingen van het Groninger kunstgenootschap Pictura en kocht af en toe een kunstwerk. Ook het contact met de familie Mesdag, eveneens kunstliefhebbers, is van belang geweest voor haar artistieke ontwikkeling.

Schildersechtpaar

Hendrik Willem Mesdag is na zijn schooltijd gaan werken in het effecten- en kassiersbedrijf van zijn vader, genaamd ‘Mesdag en Zonen’. Hoewel Mesdag een goed handelsman bleek, lag zijn hart bij de kunst. In de eerste huwelijksjaren met Sientje besefte hij dat zijn toekomst daar lag. Sientje moedigde hem aan om zich meer in de kunst te verdiepen en Mesdag zegde zijn baan op. De keuze van haar man om zich te wijden aan het kunstenaarsbestaan was mede mogelijk geworden door de erfenis die Sientje ontving na de dood van haar vader in 1864.

In 1866 verhuisden Sientje en Hendrik Willem en hun tweejarig zoontje Klaas naar Brussel, waar hij zich geheel kon wijden aan de schilderkunst. In het kunstenaarsmilieu waar zij in Brussel – en later in Den Haag – terechtkwamen voelde het echtpaar zich erg thuis. Hun huis in Brussel was een ontmoetingsplaats voor kunstenaars waaronder Mesdags neef Laurens Alma Tadema (1836-1912), W. Roelofs (1822-1897) en P.J.C. Gabriël (1828-1903). Deze ontmoetingen met andere kunstenaars stimuleerden Sientje om ook zelf meer te gaan schilderen. In Den Haag kreeg zij tekenles van Johannes d’Arnaud Gerkens. Afgezien van deze lessen, de steun van haar man en ontmoetingen met andere kunstenaars, heeft Sientje zich het schildersvak grotendeels zelf eigen gemaakt.

Getalenteerd kunstenares

Na de dood van hun zoontje Klaas in 1871 besloot Sientje zich toe te leggen op een professionele carrière als schilderes. Ze vond troost in het schilderen. Sientje werkte onder meer mee aan de totstandkoming van het Panorama uit 1881. Zij is zelfs afgebeeld op het panoramadoek schilderend onder een wit parasolletje op het strand van Scheveningen. Vermoedelijk schilderde Mesdag zijn vrouw eigenhandig op het doek als dank voor haar bijdrage aan het grootste schilderij van Nederland.

Sientje ontwikkelde zich als zelfstandig kunstenares en werd vooral gewaardeerd om haar landschappen en stillevens en dan vooral haar bloemen- en vruchtenstillevens. In haar oeuvre speelt de natuur een grote rol, die zij in donkere tinten en met groot gevoel voor detail, realistisch weergaf. In 1872 stelde Sientje haar werk voor het eerst tentoon. Vanaf dat moment zou zij regelmatig deelnemen aan diverse nationale en internationale tentoonstellingen en ontving zij verschillende onderscheidingen. In 1904 werd ze tijdens een feest in Pulchri Studio ter ere van haar zeventigste verjaardag benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Deze onderscheiding ontving zij als blijk van waardering voor haar bijdrage aan de ‘vaderlandsche schilderkunst en van hulde voor de grote schenking die zij met haar echtgenoot aan de Nederlandse Staat deed’. Jozef Israëls, een goede vriend van Hendrik Willem en Sientje, bracht tijdens hun 50-jarig huwelijksfeest een toast uit waarin hij Sientje een voorbeeld voor het feminisme noemde: “Mevrouw Mesdag is veel intelligenter dan de meeste mannen en weet veel meer van de belangrijkste vraagstukken af”.

Dat Sientje zichzelf ook zag als meer dan ‘de vrouw van’ blijkt uit het volgende citaat dat op 24 december 1904 in een Groningse krant ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag te lezen was: “Ofschoon de echtgenoote van den vermaarden zeeschilder, wil zij toch niet als Mesdags vrouw in de kunst beschouwd worden, maar als zelfstandige kunstamazone, die haar eigen weg volgt …”

Stilleven met druiven en citroen

S. Mesdag-van Houten
Zonder jaartal
Olieverf op doek, 16 x 25 cm
collectie Panorama Mesdag