CREATIES VAN PETER GEORGE D'ANGELINO TAP

De tentoonstelling (18 oktober 2015 t/m 28 maart 2016)

Vanaf 18 oktober 2015 zijn in Panorama Mesdag 21 haute couture japonnen te zien van ontwerper Peter George d’Angelino Tap.  De stofkeuze en de motieven op de stof zijn ontleend aan de schilderijen van Mesdag en Van Gogh. De vergrijsde tinten van de Haagse School die zeeschilder Mesdag gebruikte, contrasteren prachtig met de heldere uitbundige Franse kleuren van Van Gogh.  Dit jaar worden de 100ste  sterfdag van Hendrik Willem Mesdag en de 125ste sterfdag van Vincent van Gogh herdacht.Lees meer

Inspiratie

De ontwerpen van Tap overstijgen mode en textiel, ze raken aan design en andere kunsten zoals muziek en literatuur.  Zo zijn de patronen van de japonnen gebaseerd op tekeningen van Carel de Neree tot Babberich, een tijdgenoot van beide schilders. Uitgangspunt blijft steeds de naaldkunst en de unieke benadering van het patroon.

Chansons Grises

De naam Chansons Grises komt van de liederencyclus gecomponeerd door Raynaldo Hahn met teksten van dichter Paul Verlaine, tijdgenoten uit de laat 19de, begin 20ste eeuw. Uitgaande van de sfeer van deze liederen koos d’Angelino Tap de schilderijen van Mesdag en Van Gogh.

De kunstenaar

Peter George d’Angelino Tap is onder meer bekend van de modeopdracht die hij kreeg van het Nationaal Comité 200 jaar Koninkrijk: ‘Kronen als kragen en kragen als kronen’. Deze ontwerpen zijn van vrijdag 20 november tot en met zondag 22 november nog éénmalig te bewonderen in Panorama Mesdag.

Samenwerking

Gelijktijdig met de tentoonstelling in Panorama Mesdag presenteert het Louis Couperus Museum een speciaal ontworpen collectie zetels van d’Angelino Tap, die in stof en tekst een verband leggen tussen Mesdag, Van Gogh en Couperus.

Museum De Mesdag Collectie, onderdeel van het Van Gogh Museum, toont een uniek gedecoreerd servies met bijpassende tafelaankleding van de hand van d’Angelino Tap.

Deze museale samenwerking vindt plaats in het kader van het Mesdagjaar.

Bekijk een selectie

Fotografie: René Lauffer