DE FOTOGRAFEN VAN CANDID OVER UITSTEL VAN HUN EXPOSITIE

Op 4 april zou de nieuwe tentoonstelling opengaan: CANDID, het werk van vier Haagse fotografen: Giedo van der Zwan, Merel Schoneveld, Mirjam Rosa en Sandra Uittenbogaart. Samen leefden we toe naar het moment van opening, een proces van ruim twee jaar waar de fotografen ziel en zaligheid in hadden gelegd.

Toen de tentoonstelling bijna geheel was ingericht, begon de ‘intelligente lockdown’. CANDID werd voor onbepaalde tijd uitgesteld. Dat was een schrik voor ons allen, maar de fotografen wisten zich te herpakken, ieder op zijn/haar eigen manier.

Hoe hebben zij dit proces ervaren en hoe gaat het nu met hen?

Wat was jullie eerste reactie toen de coronamaatregelen ingingen?

Merel: ‘Beetje dubbel! We hadden hard gewerkt aan alle voorbereidingen en er lang naar toe geleefd, alles was zo goed als klaar. Een trieste gedachte dat ons werk nu eenzaam hangt in een gesloten museum. Ergens was ik ook blij dat ik plots meer tijd had om verder te werken aan de korte film die ik voor deze tentoonstelling had gemaakt. Toen besefte ik nog niet dat het zo lang zou duren en dat de maatregelingen zulke grote gevolgen zouden hebben. Best heftig allemaal.’

Giedo: ‘Ik kwam net terug van een trip naar Portugal op vrijdag de 13e en merkte al hoe onprettig het was om in een vliegtuig te zitten met andere mensen. Je voelde gewoon dat er iets moest gebeuren. Dus ik was eigenlijk in eerste instantie opgelucht dat het snel serieus werd genomen.’

Sandra: ‘Voor mij voelde het vooral heel onwerkelijk. Tot medio maart was ik bijna fulltime bezig met de voorbereiding van de tentoonstelling, en toen was er opeens een groot gat, gevuld met allerlei uitersten in emoties. Angst, bezorgdheid, gemis, maar ook grote opluchting dat we geen totale lockdown kregen. In ieder geval kwam er die eerste weken niet veel uit mijn handen.’

En op welk moment kwam het besef dat het nog lang onduidelijk zou blijven wanneer CANDID te zien zou zijn?

Mirjam: ‘Eigenlijk pas op de dag dat we de tentoonstelling officieel zouden openen, op 3 april, kwam bij mij het besef. Het is zo gek om niet te weten wanneer we open kunnen gaan. We hadden er zo naartoe geleefd, met zoveel adrenaline de laatste weken. Het voelt een beetje verdrietig. Ik zie die lege zalen voor me, waarin die foto’s in alle eenzaamheid lijken te roepen: ik wil gezien worden…’

Sandra: ‘Dat ging bij mij eigenlijk heel geleidelijk. Maar ik weet wel dat we medio maart nog niet konden voorzien dat alles zó’n lange nasleep zou hebben. We hadden in ons hoofd dat een gezamenlijke opening uitgesteld zou worden, maar niet afgelast, zoals het er nu naar uitziet.’

Giedo: ‘Bij mij kwam het ook geleidelijk. Elke dag werd een beetje duidelijker dat de opening zou worden uitgesteld, terwijl de nieuwe datum enkel onduidelijker werd. Juist omdat een duidelijk moment ontbrak, werden ook de emoties uitgesmeerd over een langere tijd. Ik denk dat daardoor de grote teleurstelling van het uitstel beter te dragen was, of in ieder geval niet direct gepaard ging met groot verdriet.’

Giedo van der Zwan, uit de serie Honden en hun baasjes, 25 april 2020

Waar had je je het meest op verheugd als CANDID open zou gaan?

Giedo: ‘De opening! De eerste echte totaalindruk samen met mijn familie en vrienden beleven.’

Sandra: ‘Ja, die gezamenlijke opening, met genodigden uit de kunstwereld en mijn familie, daar had ik echt zo naar uitgekeken.’

Mirjam: ‘Ik verheugde me erop om mijn dierbaren op een rustig moment het resultaat van een lang proces te laten zien – alles wat we de afgelopen jaren met zijn vieren hadden doorgemaakt. Het zou ook een momentje voor mezelf zijn geweest om even stil te staan bij wat we eigenlijk bereikt hebben. Het is zo snel gegaan, alsof we in een soort van hyperstaat waren.’

Merel: ‘Ik verheugde me vooral op de reacties van de bezoekers op ons werk, maar ook zeker op mijn film, aangezien ik nooit eerder had gefilmd.’

Dit is natuurlijk ook een fascinerende tijd om vast te leggen voor een fotograaf, maar naar buiten gaan heeft zijn beperkingen. Hoe gingen jullie daarmee om?

Sandra: ‘Ik woon niet ver van het strand, dus ik ging er regelmatig een frisse neus halen. In die vroege begintijd ben ik al foto’s gaan maken, van de lege boulevard, de gesloten Pier, de strandtenten die met linten waren afgezet. Toen duidelijk werd dat de maatregelen niet met een paar weken over zouden zijn, besefte ik heel goed dat we historie aan het schrijven waren en kreeg ik een enorme behoefte het tijdsbeeld verder vast te leggen. Als documentair fotograaf heb je immers ook een vitaal beroep.’

Merel: ‘Het is zeker een fascinerende tijd. Ik loop vele uren over straat en maak een soort dagboek met beelden van het veranderende straatbeeld en hoe ik dat persoonlijk ervaar. In het begin was het vrij makkelijk om afstand te houden, om niets aan te raken behalve mijn sluiterknop. Ik neem altijd een tas mee met een flesje handgel en eten en drinken zodat ik geen winkels in hoef. Nu het drukker wordt is het lastiger, maar ik merk ook dat ik er zelf minder bang voor ben.’

Giedo: ‘Ik vond – en vind – het erg lastig op dit moment. Mijn stijl heeft zich duidelijk ontwikkeld naar een confronterende manier van dichtbij fotograferen. Dat kan nu echt niet meer. Noodgedwongen moet ik dus mijn stijl aanpassen. En dat vind ik erg lastig.’

Mirjam: ‘Ja ook in mijn stijl is fotografen op straat nu eigenlijk onmogelijk. Ik kom normaal gesproken zo dicht bij de mensen.’

Mirjam Rosa, dag 15 uit de serie #21selfportraits, 2 april 2020

Wat heeft de coronatijd voor jullie als fotograaf opgeleverd?

Mirjam: ‘Er kwam een challenge op mijn pad: iedere dag een zelfportret in een ander thema. Dit past in zekere zin ook bij mijn stijl, maar in plaats van dicht op de huid van een ander, kruip ik nu dicht op mijn eigen huid. En dat was heel confronterend: want hoe dichtbij sta ik mezelf toe, wat accepteer ik van mijzelf? Het is een therapeutisch proces geworden, die ik met de mensen op mijn Instagram deel.’

Giedo: ‘Ik was in eerste instantie vooral teleurgesteld: ik was net een project gestart over Nederlandse iconen (tulpen, molens, fietsen) en het weer was er prachtig voor, maar ik kon het niet vastleggen! Na twee weken ben ik daarom twee nieuwe projecten gestart. Thuis fotografeer ik mijn kinderen tijdens quarantaine, dit is nog een work in progress. Die combinatie met het bizar zonnige weer en de lamlendige kinderen leenden zich voor een bijzonder fotografisch beeld. Daarnaast blijf ik naar Scheveningen gaan waar ik honden en hun baasjes fotografeer. Honden kan ik gelukkig nog wel dicht benaderen en die leveren interessante en dynamische beelden op.’

Merel: ‘Ik heb voornamelijk veel nieuwe inspiratie. Ik voel een grote drang om dit tijdsbeeld vast te leggen. Het is wel een grote uitdaging omdat ik gewend ben aan drukke locaties waar veel gebeurt en waar ik mensen van dichtbij fotografeer. Nu maak ik vaker sfeerbeelden en foto’s van taferelen zonder mensen. Ik vermoed dat ik nog lang door kan gaan met dit project; daar word ik stiekem wel enthousiast van, ondanks de zorgen die ik ook heb.’

Sandra: ‘Hoewel er andere opdrachten zijn weggevallen, heb ik nu een heel mooie, eervolle opdracht gekregen, waar ik dus ook alle tijd voor heb: het Haags Historisch Museum en het Gemeentearchief hebben me gevraagd een serie van het Haagse straatbeeld in coronatijd te maken. Hierdoor realiseer ik me weer eens des te meer dat series en documentaires maken mij echt veel energie geeft. Meer dan het maken van afzonderlijke foto’s.’

Hoe zien jullie de nabije toekomst als fotograaf?

Giedo: ‘Moeilijk, maar tegelijkertijd uitdagend. We worden gedwongen out of the box te denken. Mijn manier van fotograferen kan voorlopig niet meer, zeker ook met alle afgelaste evenementen, dus als fotograaf moet ik veranderen. Dat vind ik lastig omdat ik juist iets had gevonden wat me goed lag. Maar ik ga niet bij de pakken neerzitten. Ik ga experimenteren en kijken wat eruit voortkomt.’

Merel: ‘Gelukkig ben ik als straatfotograaf niet afhankelijk van andere mensen of opdrachten of reizen. Ik kan altijd mijn camera pakken en in mijn eigen buurt rondlopen. Wat dat betreft is er voor mij weinig veranderd. Ik blijf mijn ding doen, alleen in heel andere tijd.’

Sandra: ‘Ik ben toch echt wel positief. Zolang het straatbeeld nog verandert, kan ik vooruit met mijn serie. En ik hoop natuurlijk dat de tentoonstelling in het museum voor ons ook de nodige publiciteit gaat opleveren!’

Mirjam: ‘Ik zie dit als een tijd van bezinning. Ik kom tot veel nieuwe inzichten, ook wat betreft mijn fotografie. In stressperiodes heb ik vaak gedacht: is het wel haalbaar om naast mijn werk als kindertherapeut en moeder van een kind van drie ook nog te fotograferen? Maar ik realiseer me nu des te meer hoe onlosmakelijk fotografie met mij is verbonden. Ik zal altijd blijven fotograferen, en mensen staan daarin centraal, in welke vorm dan ook.’

Merel Schoneveld, uit haar coronadagboek

Als CANDID open mag (met restricties vermoedelijk), wie neem je als eerste mee?

Merel: ‘Mijn familie natuurlijk.’

Giedo: ‘Elma, Pippa, Lizzy en Aiden (mijn vrouw en mijn kinderen)!’

Mirjam: ‘Mijn familie en vrienden die vanaf het begin in mij hebben geloofd en me nog altijd stimuleren door te gaan.’

Sandra: Mijn ouders! Die hebben zelfs voor een troostbloemetje gezorgd op de dag dat de tentoonstelling geopend had moeten worden. Zo lief!’

Interview door Laura Prins, conservator bij museum Panorama Mesdag.

Sandra Uittenbogaart, Hoefkade, in de rij voor de Haagse Markt, 25 april 2020