In 1880 kreeg zeeschilder Hendrik Willem Mesdag de opdracht tot het maken van een panoramaschilderij van Scheveningen. Rond 1900 nam de populariteit van panorama’s echter snel af; het statische schilderij kon niet op tegen de dynamische film.

Veel panoramagebouwen werden afgebroken of kregen een andere functie en de grote schilderijen werden in stukken geknipt.

Hendrik Willem Mesdags Panorama van Scheveningen is gelukkig bewaard gebleven. Het is het oudste panorama dat nog steeds op de oorspronkelijke locatie te bezoeken is.

Panorama

 

Een panorama bestaat uit drie onderdelen: een cilindrische tentoonstellingsruimte (rotonde), een groot schilderij van 360 graden waar de kijker middenin staat én genoeg afstand tussen beschouwer en doek om de boven-en onderkant van het schilderij onzichtbaar te laten zijn.

Een donkere gang leidt naar een wenteltrap die toegang geeft tot het doek. De donkere omgeving werkt desoriënterend en maximaliseert het effect van het schilderij als men eenmaal boven staat. Deze levensechte optische illusie werd in 1787 door de Schot Robert Barker (1739-1806) bedacht.

Sinds 1881 trekpleister van Den Haag

Het Panorama is sinds jaar en dag een van de grootste trekpleisters van Den Haag.

In de 19de eeuw waren panorama’s een wereldwijd fenomeen: als voorloper van de fotografie en film werden rondreizende panorama’s ingezet om nieuws over te brengen. Bezoekers konden op deze wijze te weten komen wat er elders speelde. Op een zeker moment bestonden er zo’n 300 panorama’s. De grote schilderijen reisden van stad naar stad en trokken veel bezoekers.

Het Panorama Mesdag is het resultaat van de Belgische Panorama rage die rond 1875 losbarstte. Enkele Brusselse ondernemers wilden er een graantje van meepikken en vroegen Mesdag een ‘Haags maritiem Panorama’ te schilderen, waarschijnlijk op aanraden van Mesdags kunsthandelaar in Brussel.

Op 1 augustus 1881 werd Mesdags maritieme Panorama aan de Zeestraat opengesteld. Dat was precies een dag na de opening van een concurrerend Panorama in een stijlvol gebouw aan het Bezuidenhout (op de plek waar later het ministerie van Economische Zaken is gebouwd). Omstreeks die tijd werden er ook Panorama’s geopend in Amsterdam en Rotterdam. Geen ervan bleek succesvol.

Al in 1885 ging Mesdags Panorama van Scheveningen failliet. Dat ging de schilder zo aan het hart, dat hij het eind 1886 zelf kocht. Maar ondanks het faillissement van de concurrent aan het Bezuidenhout in 1887 wilde de loop er niet in komen.

Om meer publiek naar de Zeestraat te trekken haalde Mesdag het eerder in Wenen en München tentoongestelde ‘Panorama van Caïro en de boorden van de Nijl’ naar Den Haag. Zijn nu met recht ‘eigen’ doek verhuurde hij eerst aan de Panoramamaatschappij in München (1887) en toen aan Amsterdam (1889 / 91).

In het fraaie Panoramagebouw aldaar, halverwege de Plantage Middenlaan tegenover Artis, hebben nog tot in 1926 panoramadoeken gehangen. Als laatste ‘De intocht van Christus in Jerusalem’. Het gebouw kwam in 1935 in slopershanden en ging roemloos ten onder.

Om zijn Panorama nieuw leven in te blazen liet Mesdag in 1910-1911 de tuin tussen het voorportaal aan de Zeestraat en het Rotondegebouw bebouwen met expositiezalen. Hij exposeerde daarin zijn eigen werk en dat van zijn in 1909 overleden echtgenote Sientje. Het mocht echter weinig baten. Ook met deze zalengalerij trok het doek weinig belangstelling.

In 1910 droeg hij het geheel over aan zijn familie. Tot zijn dood in 1915 bleef Mesdag zelf de exploitatieverliezen voor zijn rekening nemen. Van 1918 tot en met 1934 waren de erven zo fortuinlijk het hele complex te kunnen verhuren aan de gemeente, die in de zalen de nieuwe afdeling Moderne Kunst van het Haags Gemeentemuseum huisvestte. Doordat de gemeente uit cultuurpolitieke overwegingen de toegangsprijs drastisch verlaagde kwam eindelijk de loop er goed in. De houten steunconstructie van het duin moest zelfs worden versterkt!

Door ook na 1934 een deel van de Panoramazalen voor wisselende exposities te verhuren en zo af en toe een schilderij te verkopen voor het bekostigen van groot onderhoud wist de familie-N.V. het hoofd boven water te houden. Het aantal bezoekers steeg na de Tweede Wereldoorlog tot 150 à 200 duizend per jaar.

Om de toekomst van Panorama Mesdag veilig te stellen, richtte Mesdag in 1910, na de dood van zijn vrouw in 1909, een familievennootschap op. De 33 neven en nichten van hem en zijn vrouw kregen allen een aandeel in deze vennootschap en aanvaardden daarmee gezamenlijk de zware taak zorg te dragen voor de exploitatie en instandhouding van Panorama Mesdag.

De nazaten doen dat nog steeds, tot op de dag van vandaag. Inmiddels hebben het panorama en het gebouw een grondige restauratie ondergaan. Zo is Panorama Mesdag, dat al bijna 140 jaar de bezoeker een magische ervaring van ruimte biedt in de tijd van weleer, een uniek cultuurhistorisch erfgoed, in stand gehouden door particulier initiatief.

Album: 'Het Fenomeen Panorama'

Meer lezen over de uitvinder, panoramaschilders, de techniek van het schilderen, het ontstaan en de teloorgang van panorama’s? Het album ‘Het Fenomeen Panorama’ is verkrijgbaar in onze Museumwinkel.

Auteurs: M. de Jong, E. Onnes, Het Fenomeen Panorama, 2006 EN & NL