In de negentiende eeuw waren panorama’s in Europa ontzettend populair. De grote schilderijen reisden van stad naar stad en trokken veel bezoekers. Een panorama bestaat uit drie onderdelen: een cilindrische tentoonstellingsruimte (rotonde), een groot schilderij van 360 graden waar de kijker middenin staat én genoeg afstand tussen beschouwer en doek om de boven-en onderkant van het schilderij onzichtbaar te laten zijn.

Een donkere gang leidt naar een wenteltrap die toegang geeft tot het doek. De donkere omgeving werkt desoriënterend en maximaliseert het effect van het schilderij als men eenmaal boven staat. Deze levensechte optische illusie werd in 1787 door de Schot Robert Barker (1739-1806) bedacht.

In 1880 kreeg zeeschilder Hendrik Willem Mesdag de opdracht tot het maken van een panoramaschilderij van Scheveningen. Rond 1900 nam de populariteit van panorama’s echter snel af; het statische schilderij kon niet op tegen de dynamische film. Veel panoramagebouwen werden afgebroken of kregen een andere functie en de grote schilderijen werden in stukken geknipt. Hendrik Willem Mesdags Panorama van Scheveningen is gelukkig bewaard gebleven. Het is het oudste panorama dat nog steeds op de oorspronkelijke locatie te bezoeken is.

Bekijk een selectie

Het Fenomeen Panorama

Meer lezen over de uitvinder, panoramaschilders, de techniek van het schilderen, het ontstaan en de teloorgang van panorama’s?

Het album ‘Het Fenomeen Panorama’ is verkrijgbaar in onze Museumwinkel. Auteurs: M. de Jong, E. Onnes, Het Fenomeen Panorama, 2006 EN & NL