UITVINDER VAN HET PANORAMA

Robert Barker (1739-1806)

De Ierse schilder en tekenaar Robert Barker (1739-1806) bedacht in 1787 deze ronduit spectaculaire, levensechte optische illusie en noemde het ‘panorama’. Zijn gepatenteerde uitvinding bestaat uit drie onderdelen: een cilindrische tentoonstellingsruimte (rotonde), een groot schilderij van 360 graden waar de kijker middenin staat en genoeg afstand tussen beschouwer en doek om de boven-en onderkant van het schilderij onzichtbaar te laten zijn.

Barkers ontwerp leidt bezoekers door een donkere tunnel naar een trap die toegang geeft tot het doek. De donkere omgeving werkt desoriënterend en maximaliseert het effect van het schilderij als men eenmaal boven staat: onze hersenen kunnen de afstand tot het doek niet goed registreren. Behalve het aanwezige kunstlicht wordt het schilderij ook verlicht door een onzichtbare dakkoepel. Door het veranderende daglicht is het uitzicht geen moment hetzelfde.

Lees meer

Vanaf 1880 wordt het gebruikelijk om de ruimte tussen het schilderij en de kijker in te richten met echte voorwerpen, zodat een driedimensionaal landschap ontstaat. Waar houdt de werkelijkheid op en begint het schilderwerk? De toeschouwer wordt begoocheld.

Afb.: Dwarsdoorsnede van Barkers eerste rotonde op Leicester Square.